Uit het dagboek van Adriaan.
27 april 2001
Beste boeren, burgers en buitenlui,
Bloemenkinderen
In de fragiele lichtblauwe ochtendlucht, hoor ik de leeuwerik blij en enthousiast zingen. De kievieten vlogen laagscherend voorbij. Eindelijk een lentedag. Dromerig nestel ik me in een makkelijke stoel op het terras. Het ochtendzonnetje verwarmt meer dan m'n velletje alleen. Alles ziet er anders uit. Zelfs de dieren begroeten me hartverwarmend. Ons eerste ontbijt buiten denk ik. De koffie staat te pruttelen, de stapel toast zwelt met de minuut aan. Pa maakt een heerlijk voorjaarsontbijtje. Voor een ochtendmens zoals ik ben, is opstaan geen straf. De ochtendstond heeft... , inderdaad, goud in de mond.
Mijn eerste uurtjes zaten er al op, toen de familie één voor één naar beneden kwam. Nu hebben we ook avondmensen in huize weltevree. Dit type houdt van een slow start. Heéééél slow bij sommigen. Mij zonnige humeur blijkt helaas niet aanstekelijk te zijn. Nu wil ik me nog wel aanpassen, maar de vogels doen dat gewoonweg niet. Het is lachwekkend te zien, wat voor uitwerking de eerste kop thee en koffie hebben. Sommige mensen zien in de vroege ochtend liever de koffiepot aan de hemel staan, dan een uitbundig zonnetje. Met die frustratie moet ik leren leven.
Na het ontbijt ontdekten de kinderen dat de wei een geheim prijs gaf, doordat honderden gele paardenbloemen hun knop openden. Eén gele voorjaars-symphonie. Wat is leuker dan jezelf versieren met bloemenkransen. Bloemen in je haar, bloemen in knoopsgaten, bloemen aan de fiets, op de auto. Bedenk het maar. Onuitputtelijk werden bloemen geplukt. Helaas, helaas. Nu heb ik weken zitten uitkijken naar een paar wilde tulpen die op knappen stonden. Helaas dus. In de drang om een miljoen bloemen te plukken, werden ook mijn Tulpen de nek omgedraaid. Wat moet je nu zeggen, als die "onschuldige" oogjes je vol trots aankijken en vergezeld van een vette glimlach je de tulpen in knop krijgt aangeboden, alsof je de koningin bent die op statiebezoek komt. Ik heb ze in dank aangenomen.
Wie ook trots is, is onze poes July. Zij heeft de grootste krabpaal van Nederland. Wedden? Vol trots zit zij op de meters hoge uitkijkpost. Op de pergola in aanbouw, heeft ze uitzicht over de weilanden en troont zij als een vorst. Een echte dame zoals zij daar zit. De Engelsen zouden "Miss" zeggen. Miss-poes dus. Onze altijd vrolijke lapjeskat is de afgelopen winter haar maagdelijkheid verloren en dus eigenlijk geen "miss" meer. Ze is moeder geworden. Helaas is het enige jonge katje overleden. Vandaag is ze helemaal van slag. Mauwend loopt ze rond. Zelfs Amber onze Golden Retriever, normaal haar speelkameraad, laat ze links liggen.
Met een plechtige begrafenis hebben we afscheid genomen. Een bloemenzee bedekt de aarde waar het jonge poesje begraven is door ons. Hebben al die honderden paardenbloemen toch nog een goede bestemming gehad. Mijn twee tulpen liggen er niet bij, die staan in een vaasje. Even bloeien en dan..... Het leven is kort. Genieten is een gave, ook als het zonnetje niet schijnt.
Met bloemrijke groet,
|