Uit het dagboek van Adriaan.
27 mei 2001
Beste boeren, burgers en buitenlui,
Goeie morgen.
Met enige trots liet ik vrienden die op bezoek kwamen onze nieuwe aanwinsten zien. De jonge hondjes begroeten het bezoek al springend. Bezoek zien zij vooral als een kans om weer even opgepakt te worden en lekker over hun buikjes gekriebeld te worden. Als we dan naar de kinderboerderij lopen, lopen Romeo en Julliette huppelend mee.
De pauw staat het bezoek al op te wachten, met zijn staartveren in de lucht.
Sinds een week loopt hij los rond. Nieuwsgierig als hij is, vliegt hij zo nu en dan over de schutting, loopt naar de tuindeuren toe, kijkt even naar binnen en loopt vervolgens weer parmantig terug. Ook de parelhoenders voelen zich thuis.
Al die dieren op het erf geeft een gezellige en levendige sfeer.
Met een ruk zit rechtop in bed. Het is vier uur in de ochtend!! Met een geweldig gepauw, tracht onze pauw die kennelijk op de schoorsteen bovenons is gevlogen, de buurt wakker te krijgen. Het gekrijs gaat zo hard dat de plaatselijke brandweersirene er een minderwaardigheidscomplex van zou krijgen.
Het trotse gevoel van de dag daarvoor slaat ineens om in een moordzuchtige drang. In een visioen zie ik pauw in plaats van kalkoen in de oven.
Daar sta je dan om vier uur in de ochtend in de boxershort de pauw te verleiden van het dak af te komen. De ochtendstond heeft goud in de mond, maar die dag naar mijn gevoel, slechts blik!
De aanleg van de achtertuin(en) gaat gestaag. Twee van de drie vijvers zijn aangelegd. Ook de bestrating ziet er schitterend uit. Goed advies van de hovenier en de leverancier hebben ons een prachtige combinatie gegeven van moderne en klassieke stenen. Steenbergen uit De Klomp (de leverancier) doet zijn naam eer aan. Een werkelijk enorme berg stenen ligt daar te wachten op nieuwe baasjes.
In de voortuin is de pergola klaar gemaakt. Laat de druiven maar groeien. Je moet wel veel fantasie hebben bij de aanleg van een tuin. Al dat kleine friemelwerk. Met het onkruid wieden zie je haast geen verschil. Trouwens waarom groeit onkruid harder dan gewone plantjes. Al schoffelend zie ik de charme van wat wij onkruid noemen. Het is wild en eigenwijs en je komt het op plekken tegen, waar je dat niet wilt. Of het komt door de felle zon of te weinig drinken, weet ik niet. In eens zie ik de parallel met mijn kinderen. Al filosoferend heb ik de tuin "onkruid" vrij gemaakt, tot dat mijn kinderen er gingen spelen.
Het tuinleven is fascinerend, als je het maar wilt zien. Zij spelen, ik slaap in een heerlijke ligstoel en droom hoe de tuin er over vijf jaar uit zal zien. De pauw heb ik even opgesloten. Ik wil er zeker van zijn dat deze droom niet vroegtijdig eindigt.
Met dromerige groet,
|